vrijdag 27 april 2012

Ik, zij of allebei?

Dilemma’s van het perspectief

‘Ik vind het echt een heel goed boek,’ zei onze eerste redacteur bij de Arbeiderspers, ‘Maar kan het niet in de derde persoon?’ Het was duidelijk dat ze zelf nog nooit een boek had geschreven. Want óf je schrijft in de eerste óf in de derde persoon. Zou je hetzelfde verhaal in beide vormen schrijven, krijg je twee verschillende boeken. Het perspectief van de alwetende verteller (3e persoon) geeft veel ruimte. Je kunt dingen beschrijven die Personage zelf niet kan zien, stukken informatie toevoegen waar Personage geen weet van heeft, vooruit en achteruit blikken naar het je invalt enz. Kortom, het kan alle kanten uit. Maar al die vrijheid bezorgde ons pleinvrees, dus kozen we voor ons eerste boek het houvast biedende kader van het schrijven vanuit de ik-persoon. Dat leek ons al spannend genoeg. Overigens bleek het ook een, niet helemaal voorziene, uitdaging, want letterlijk alle informatie moet dan ook via die ene Ik in het verhaal komen, iedere beschrijving van locatie, uiterlijk, handeling. Alle research informatie. En dan hebben we het nog niet eens over de extra handicap van het je met 2 schrijvers in dat ene krappe jasje van Hoofdpersoon moeten persen. Maar daarover later meer. Bij latere boeken deden we al gedeeltes in de 3e persoon (proloog, epiloog, tweede verhaallijn), maar bij SCHULD kozen we toch weer voor een verhaal vanuit een Ik-persoon.
Maar ons volgende boek wordt echt een derdepersoonsboek. Dan moeten we toch wel alwetend genoeg zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten